menu
Crowdfunding

‘In deze opzet zal crowdfunding in Nederland falen’

Ondanks positieve berichtgeving in de media deze week, gaat het nog niet goed met de Nederlandse crowdfunding, denkt Lex van Teeffelen. Hij is lector aan de Hogeschool Utrecht en onderzoekt de financieringsvormen voor het mkb. De schuldigen zijn volgens hem zowel de ondernemers, crowdfunding-platformen als de overheid. “Als het niet snel verandert, zal de groei knarsend tot stilstand komen”, zo waarschuwt hij de markt.

Crowdfunding, de financieringsvorm waarbij je geld ophaalt bij anonieme investeerders, heeft de afgelopen vijf jaar wereldwijd een enorme groei doorgemaakt. In Nederland zijn er zo’n 75 crowdfunding-platformen actief in leningen aan ondernemers. In de totale mkb-financiering stelt crowdfunding nog weinig voor, al maakte het in 2015 en 2016 wel een mooie groei door. Maar volgens Lex van Teeffelen is dat bij de huidige opzet van korte duur.

‘Het mkb heeft geen verstand van geld’

De hoofdreden is dat het Nederlandse mkb simpelweg weinig verstand heeft van geld, zo is de onderzoeker van mening. Er hoeft weinig te gebeuren om een financiering fout te laten aflopen. “Als een ondernemer niet de marges haalt, zijn debiteuren bewaakt of voldoende geld opzij zet voor belastingaanslagen, gaat het al mis. En er zijn nogal wat ondernemers die bij één of meerdere van die zaken de boel niet op orde hebben. Een timmerman kan timmeren, niet administreren, en zo geldt het voor veel beroepen.” De lector ervaart dat het financieren van het mkb hierdoor een kostbare zaak is, ondernemers vinden het moeilijk openheid van zaken te geven.

Kostbaarder dan je in eerste instantie misschien denkt. Als crowdfunding-projecten falen is het geld weg, en dat gebeurt. Niet alle platformen zijn daar even eerlijk over, vindt de onderzoeker. “Platformen hanteren bijvoorbeeld verschillende definities over wanneer bedragen oninbaar zijn. Waardoor het netto-rendement van veel platformen volgens mij wordt overschat. Crowdfunding wordt in Nederland voor een heel groot gedeelte gefinancierd door particulieren, en die zien een rentepercentage van 7% en willen daarvoor wel wat spaarcenten opzij leggen. Goed nieuws natuurlijk, totdat ze zien dat het werkelijke rendement enorm tegenvalt, nu in de orde van grootte van 3% – 4% maar dalend, en ze stoppen met investeren.”

‘Met de huidige rentes maak je al snel verlies’

Stel je investeert in 10 projecten 100 euro tegen elk 7 procent rente dan verdien je gemiddeld circa 35 euro per jaar bij maandelijkse aflossingen. Het bedrag waarover je rente krijgt wordt namelijk iedere maand kleiner. Maar dat rendement is alleen theorie. Als één project al na enkele maanden failliet gaat, is je gehele portfolio direct verliesgevend. Iedereen raadt spreiding aan, maar dan ontkom je er niet aan dat je ook een keer in een falend project investeert, aldus Van Teeffelen. Momenteel gaat het mis tussen de 2,5 en 5 procent van de gevallen en dat aantal loopt waarschijnlijk op naar 7 – 10 procent. Daarnaast rekenen de platformen zelf ook nog kosten, waardoor er van die eerder genoemde 7 procent nog maar een fractie tot niets overblijft. Zijn voorspelling is dat het naar 2- 3 procent gaat.

Volgens Van Teeffelen zullen steeds meer investeerders zien dat crowdfunding tegen 6 à 8 procent niet of amper winstgevend te maken is, en lopen de platformen dus het risico dat er een leegloop ontstaat. Ténzij ze hier wat aan kunnen doen. Hij adviseert crowdfunding-platformen om rentes te gaan rekenen van 9 tot 12 procent. “Als de platformen dan een gedegen deurbeleid hebben en jij je portfolio over voldoende projecten verspreidt, heb je ook een positief rendement als er soms een keertje een project omvalt.”

‘Zonder transparantie blijft het echte kapitaal weg’

Daarnaast moeten platformen transparanter zijn. Zo is Van Teeffelen van mening dat bij sommige platformen amper geregeld is wat er gebeurt als het platform zelf in de financiële problemen komt. Aangezien ondernemers meestal niet weten wie hun investeerders zijn, zou dat betekenen dat alle terugbetalingen direct in de problemen komen als een platform omvalt. Dat zorgt ervoor dat professionele investeerders zoals venture capital-partijen er ver bij uit de buurt blijven. “Om echt van betekenis te zijn voor de kapitaalbehoefte van het midden- en kleinbedrijf in Nederland, is er veel privaat geld nodig. En dus zekerheid op rendement bij voldoende spreiding; met alleen een leuke gunfactor stappen deze investeerders niet in.”

‘Een default moet fiscaal gecompenseerd worden’

Daarnaast kan ook de overheid haar steentje bijdragen. “Die heeft het juist afgeremd door de durfkapitaal-regeling in 2011 stop te zetten. Er zijn wel garantieprogramma’s maar daar maken alleen banken of professionele investeerders gebruik van. Voor kleine investeerders, veelal particulieren, is er fiscaal geen enkel voordeel te behalen. Een default op netto spaargeld is enorm lastig op te vangen. Als de overheid wil dat de motor van het Nederlandse mkb sneller gaat draaien op het spaargeld van particulieren, moet het beginnen met het herinvoeren van een taks shelter en een durfkapitaal-regeling.”

De eerste stap is aan de platformen zelf

De lector ziet ondanks alles langzaam verbetering in de markt. De eerste platformen geven al  openheid, maar niet over hun eigen bedrijfsvoering. En hij ervaart ook dat de rentepercentages al aan het stijgen zijn. Maar het tempo waarin het gebeurt stoort hem zichtbaar. “De overheid en ondernemers hebben hun invloed, maar de eerste stap moet komen van de platformen. De tijd dat die klein of zielig konden zijn, is voorbij. Crowdfunding is niet nieuw meer. Het is een miljoenenbusiness. Tenminste, als de platformen dat zelf kunnen inzien en daar in rap tempo passende voorwaarden bij gaan hanteren.”

Verder lezen

Reacties