WBSO-subsidie

Investeer je in het innoveren van jouw productieproces, breng je technisch nieuwe producten op de markt of ontwikkel je innovatieve software? Dan heb je misschien recht op een subsidie. Dit kan via de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO). Deze zorgt voor een tegemoetkoming in de kosten, zodat bedrijven worden gestimuleerd om te blijven vernieuwen.

WBSO-subsidie
Ondernemers die vernieuwend ondernemen, kunnen daarvoor subsidie aanvragen. Tot 1 januari 2016 konden ondernemers de bijbehorende kosten en investeringen aftrekken via de Research- en Developmentaftrek. Deze regeling is inmiddels ondergebracht in de bredere Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk. De insteek is identiek, namelijk het belonen van innovatie producten en diensten. Medio 2017 bleek uit een jaarrapportage van Economische Zaken dat in 2016 22.330 bedrijven gebruik hebben gemaakt van deze innovatieregeling. Samen kregen zei 1,2 miljard euro aan (belasting)voordeel.

Wie heeft recht op WBSO-subsidie?

Voor de WBSO-subsidie maakt het niet uit of je een starter bent, een ondernemer uit het midden- of kleinbedrijf of eigenaar van een multinational. Elke ondernemer die onderzoek doet naar technologische vernieuwingen kan de subsidie aanvragen. Bij het indienen van de aanvraag is het van belang dat je kunt aantonen dat de uren daadwerkelijk worden besteed aan het onderzoeks- of ontwikkelingsproject en dat het project nog gaat plaatsvinden.

De WBSO-subsidie kan onder meer worden ingezet om de loonkosten te drukken van de medewerkers die zich bezighouden met research en development. Ook kan het dienen als compensatie voor de investeringen die noodzakelijk zijn voor het maken van prototypes of de aanschaf van onderzoeksapparatuur. Omdat de subsidie is bedoeld voor toekomstige ontwikkelingen binnen de organisatie is het niet mogelijk om met terugwerkende kracht WBSO-subsidie aan te vragen.

WBSO kun je zien als een subsidie op de loonkosten. De subsidie wordt niet vooraf toegekend, maar vindt plaats in de vorm van een korting op de loonheffing van de medewerkers die het onderzoeks- en ontwikkelingswerk verrichten. Voor zelfstandigen zonder personeel geldt dat zij een flinke verhoging van de zelfstandigenaftrek krijgen. In 2017 is de vaste aftrek 12.522 euro. Starters krijgen een extra aftrek van 6.264 euro.

Wat zijn de voorwaarden?

Niet iedereen die af en toe een uurtje besteedt aan innovaties kan WBSO aanvragen. Zelfstandig ondernemers moeten kunnen aantonen dat zij jaarlijks minimaal 500 uur aan speur- en ontwikkelingswerk uitvoeren. Ook al werk je 40 uur per week, dan is dit toch al snel drie maanden aan research en  development. Het wordt al wat makkelijker wanneer je een bv hebt met medewerkers in dienst, want ook zij mogen deze werkzaamheden voor jou uitvoeren. Hierbij is het wel een vereiste dat deze mensen op de loonlijst staan. Werkzaamheden die worden vervuld door een uitzendkracht of stagiair tellen niet mee.

Bij de inhuur van derden geldt dat deze uren of kosten alleen tellen wanneer de werkzaamheden niet in eigen beheer konden plaatsvinden. Bijvoorbeeld omdat je niet de beschikking hebt over de gevraagde expertise of faciliteiten. Hierbij kun je denken aan een noodzakelijke test bij een laboratorium of de bouw van een prototype bij een gespecialiseerd bedrijf. Voorwaarde is dan wel dat je de testresultaten of het prototype vervolgens gebruikt voor je eigen onderzoek of ontwikkeling.

WBSO aanvragen

Zowel zzp’ers als ondernemers met medewerkers kunnen hun aanvraag online indienen via mijnrvo.nl. Zelfstandigen zonder personeel kunnen elk jaar tot uiterlijk 30 september één of meerdere aanvragen voor het lopende kalenderjaar indienen. In tegenstelling tot bij ondernemingen met medewerkers wordt er geen maximum aan het aantal aanvragen gesteld. De aanvraag geldt vanaf de datum waarop het is ingediend tot en met het einde van het kalenderjaar.

Voor bv’s gelden iets strengere regels. Ondernemingen met medewerkers mogen maximaal drie keer per jaar een verzoek indienen. De aanvraag is voor minimaal drie en maximaal twaalf aaneengesloten maanden per kalenderjaar. En waar de aanvraag van een zzp’er direct ingaat, moet die van een bv minstens een kalendermaand voor het begin van de aanvraagperiode worden ingediend. Dit houdt in dat bv’s uiterlijk op 31 augustus hun laatste verzoek voor dat jaar kunnen indienen. Aanvragen voor het daaropvolgende jaar moeten uiterlijk 30 november worden ingediend.