menu

Lender & Spender: ‘We groeien een miljoen per maand’

Begin deze maand doorbrak Lender & Spender de mijlpaal van 10 miljoen euro aan verstrekte leningen. Inmiddels staat de teller op ruim 11 miljoen euro. “We zetten vol in op groei. Met een verdubbeling van de portefeuille in het afgelopen halfjaar hebben we een mooi begin gemaakt”, aldus medeoprichter Robert Leclercq.

Hoewel crowdfunding in het bedrijfsleven steeds gebruikelijker wordt, is deze vorm van bankvrij lenen bij particulieren nog niet zo bekend. Met het bieden van peer-to-peer-leningen, zoals particuliere crowdfunding officieel heet, probeert Lender & Spender hier sinds 2016 verandering in te brengen. Het bedrijf richt zich hoofdzakelijk op huis, tuin- en keukenleningen; financiering voor bijvoorbeeld een uitbouw, de aanschaf van zonnepanelen of het kopen van een auto.

‘Nog grotere groei door aanhaken institutionele investeerders’

Momenteel groeit de portefeuille met ongeveer een miljoen euro per maand, maar Robert verwacht binnenkort een grote stap te kunnen zetten. “We zijn druk bezig om een institutionele investeerder aan te haken, waardoor we sneller kunnen groeien.”

Robert verwacht dat deze institutionele investeerders als banken en verzekeraars uiteindelijk 75 procent van de portefeuille voor hun rekening nemen. In een eerder interview liet hij weten dat hij dit jaar wil afsluiten met een volume van 100 miljoen euro. “Om dergelijke volumes te halen, is institutioneel geld nodig. Het proces om dit type investeerder aan te haken, is wel wat tijdsintensiever dan we hadden gedacht.”

‘Markt is met 8 miljard euro groot genoeg’

In ons land is Lender & Spender niet de eerste partij die crowdfunding voor consumenten biedt, maar echt doorgebroken is deze kredietvorm ook nog niet. Waar peer-to-peer-leningen in landen als Amerika en het Verenigd Koninkrijk heel gebruikelijk zijn, begint de interesse in Nederland nu pas te komen.

Dat het ook hier gaat doorbreken, is volgens Robert slechts een kwestie van tijd. Met een markt van zo’n 8 miljard euro per jaar is de potentiële vijver, die tot voor kort werd gedomineerd door banken, in ieder geval groot genoeg. Over een jaar of vijf hoopt Lender & Spender tussen de 500 miljoen en 1 miljard euro in haar portefeuille te hebben.

‘We hebben nog wat missiewerk te doen’

Om financieel gezond te zijn, heeft het bedrijf een portefeuille van minimaal 50 miljoen euro nodig. “We hebben dus nog wat missiewerk te doen.” Het aantal consumentenleningen staat momenteel op een kleine 1600, met een gemiddeld leenbedrag van iets meer dan 7 duizend euro en een looptijd van gemiddeld vijftig maanden.

Aan de investeerderskant mag het bedrijf rekenen op iets meer dan duizend actieve investeerders, die gemiddeld een kleine 11 duizend euro per persoon investeren. Om de risico’s zo veel mogelijk te spreiden, wordt elke investering verdeeld over alle leningen. Ook de voorselectie is streng; mensen zonder vast contract of met een variabel inkomen – bijvoorbeeld omdat ze werken als zelfstandige – kunnen geen krediet aanvragen.

‘Schaalbaar model biedt veel mogelijkheden’

Zowel het model als de technologie is zeer schaalbaar, waardoor Lender & Spender wel kijkt naar een bredere doelgroep geldnemers, zoals de zelfstandigen. Daarnaast start het bedrijf binnenkort met een pilot om mensen te helpen die problematische schulden hebben en normaal gesproken bij geen enkele kredietverstrekker terechtkunnen.

“In samenwerking met andere partijen willen we mensen die klem zitten helpen om hun financiële situatie te verbeteren. Dit doen we door hun dure schulden over te nemen en hen een terugbetaalregeling te bieden tegen een sociale lage rente”, vertelt Robert. De technologie voor deze doelgroep is identiek aan de huidige kredietaanvragen, het type investeerder verschilt wezenlijk van de reguliere belegger. “Als geldschieter doe je dit niet voor het financiële rendement, maar voor de sociale impact die je maakt.”

Uitbreiding naar buitenland wordt niet uitgesloten

Verder worden de mogelijkheden in het buitenland onderzocht. Vanwege de strenge eisen die worden gesteld aan financiële instellingen zal uitbreiding naar het buitenland in de praktijk de nodige uitdagingen met zich meebrengen. “Zodra we de keuze hebben gemaakt om buiten de landsgrenzen te ondernemen, duurt het nog even voordat we de lokale papieren in orde hebben, lokale medewerkers hebben gevonden en een vestiging hebben geopend. Maar we sluiten niet uit dat je ons over een aantal jaar op de Belgische of Duitse markt vindt.”

Tags

Reacties