Feyenoord en investeerders

door Redactie

Feyenoord kent een lange geschiedenis van verschillende investeerders en investeringsvormen. De voetbalclub bevond zich de loop der jaren meerdere keren in financieel benarde situaties, en wist het hoofd boven water te houden dankzij verschillende geldschieters en bijzondere investeringsprogramma’s.

In 1985 was het Jorien van den Herik die diverse transfers van spelers naar de Kuip mogelijk maakte. De investeerder zou nog lang aan Feyenoord verbonden zijn, vanaf 1992 als voorzitter van de club.

Daarvoor was Van den Herik voorzitter van de stichting ‘Vrienden van Feyenoord’ en stak hij in die hoedanigheid ruim 3 miljoen gulden in Feyenoord. Geld dat hij verdiend had als zakenman, als directeur van zijn eigen dakbedekkingsbedrijf en later ook van een bedrijf in industriële messen en een reclamefirma.

Van den Herik is daarnaast commissaris bij Gassan Diamonds en heeft aandelen in een groot aantal ondernemingen in binnen- en buitenland. Zijn plek in het bestuur van Feyenoord eiste hij op toen de club in 1991 bijna werd meegetrokken in het faillissement van sponsor HCS, onder het motto “Als ik mijn geld kwijtraak dan ben ik er graag zelf bij.”

Het gaat lang goed onder Van den Herik, totdat Feyenoord in 2006 weer in de financiële problemen komt. Grote prijzen blijven uit en landskampioen werden de Rotterdammers ook al geruime tijd niet meer. De club komt zelfs enige tijd onder curatele van de KNVB te staan. Van den Herik komt onder druk te staan om af te treden omdat de benodigde nieuwe organisatiestructuur van Feyenoord geen plaats meer biedt voor een voorzitter, zo oordeelt de ‘Commissie-Kerkum’ op 4 december 2006. Een half jaar na zijn aftreden trekt Feyenoord tot ieders verbazing enkele dure spelers aan, en er doen geruchten de ronde dat Van den Herik hier achter de schermen nog een grote rol in speelde als investeerder.

Toch hoeft het niet Van den Heriks geld te zijn dat spelers als Roy Makaay en Giovanni van Bronckhorst naar de Kuip wist te halen. In mei 2007 ging namelijk de eerste Feyenoord Talent Pool van start, die de club zo’n 6 miljoen op zou leveren. De Talent Pool bestond uit zeven veelbelovende spelers waarin investeerders 250.000 euro in konden investeren in ruil voor 25% van de transferopbrengsten van de spelers. De Talent Pool was binnen mum van tijd uitverkocht en vooral de verkoop van de jonge Roystron Drenthe aan Real Madrid betekende een succes voor zowel Feyenoord als de verschillende investeerders, met een verkoopprijs van 13 miljoen voor de linksback.

De tweede Feyenoord Talent Pool werd gelanceerd in juli 2007 en moest Feyenoord zo’n 5 miljoen euro opleveren uit 20 aandelen van wederom een kwart miljoen euro. Na een vliegende start bleek deze tweede Talent Pool niet zo’n groot succes als de eerste, en de spelers bleken minder op te leveren dan de talenten uit de eerste pool. Daarom voegde Feyenoord in december 2007 Leroy Fer toe aan deze pool, die als buffer moest dienen voor de investeerders wanneer de zeven spelers uit de pool niet verkocht werden. Overigens werden ook A- en B junioren van Feyenoord ‘verpand’ in een soortgelijke investeringspool, de Beloften Pool. Deze Beloften Pool leverde de club 7,5 miljoen euro op.

De Talent- en Beloften pools leverden Feyenoord weliswaar flinke bedragen op waarmee spelers aangekocht konden worden, met de pools haalde de club zich ook een schuld van zo’n 18,5 miljoen euro op de hals die voor 2013 terugbetaald moet worden, en hiervoor is Feyenoord afhankelijk van de onvoorspelbare situatie op de transfermarkt.

In een poging nog een potje met geld te vullen begon Feyenoord in 2007 ook met de uitgifte van aandelen van Feyenoord Rotterdam NV. Investeerders konden aandelen kopen van 1000 euro per stuk, met een minimale afname van 1000 aandelen per investeerder. Iedere investeerder zou dus goed zijn voor 1 miljoen euro en het plan moest 20 miljoen euro opleveren. Het werd uiteindelijk slechts 4 miljoen.

En dan was er nog het Feyenoord Investeringsfonds 2008 waarin investeerders konden bijdragen aan het aantrekken van talentvolle spelers tot 24 jaar. Algemeen directeur Eric Gudde gaf bij de lancering van het fonds aan dat Feyenoord er op dat moment financieel weer beter voor stond en daardoor enige investeringsruimte had. Toch mochten ook deze investeringen niet baten en kon de stijgende lijn waarover Gudde het bij de lancering van het fonds had niet worden doorgezet en werd Feyenoord in juli 2009 zelfs weer onder curatele geplaatst.

Om te redden wat er te redden valt haalde de supportersvereniging 100 duizend euro op om te investeren in de jeugdopleiding. Verder werd ‘secondary ticketing’ in het leven geroepen: supporters die een thuiswedstrijd niet willen of kunnen bezoeken kunnen hun ticket van de hand doen aan niet-seizoenkaarthouders, waarbij de helft van de opbrengst naar de club gaat en de andere helft naar de seizoenkaarthouder.

Inmiddels maakte de KNVB bekend dat 12 clubs uit het betaald voetbal onder curatele staan en slechts vier clubs financieel gezond zijn. Ondanks de verschillende investeringsmodellen en allerlei ‘potjes’ bevind Feyenoord zich bij de eerste twaalf, en zal de club binnen drie jaar de financiën op orde moeten hebben om eredivisie voetbal te kunnen blijven spelen.

Deel

Verder lezen

Reacties