menu
Lendahand

‘We moeten jaarlijks een unicorn kunnen produceren’

Hoe goed is Nederland op het gebied van het financieren van startups? Investeerders.nl ging hierover in gesprek met Constantijn van Oranje, special envoy van StartupDelta, de organisatie die zich inzet voor Nederlandse startups.

Volgens Constantijn moet Nederland minstens een unicorn per jaar kunnen produceren. “Waarom niet? Qua infrastructuur, kenniseconomie, locatie of al die andere randvoorwaarden is er niets waar het ons aan ontbreekt.” Desondanks zijn er landen waar nieuwe bedrijven een snellere groei doormaken dan in ons land.

‘Meer unicorns produceren is simpelweg een keuze die we kunnen maken’

Nederland heeft veel startups, maar daarvan groeien er relatief weinig door tot de status van unicorn. Dat komt volgens Constantijn niet door een gemis aan geld, kennis of ambitie, maar eerder door de verdeeldheid daarvan. In andere landen ziet hij dat organisaties meer samenwerken en bedrijven veel meer worden begeleid in elke fase van hun groei.

De prins is zelf net terug van een reis in januari, waarin hij vijftig ambitieuze bedrijven ondersteunde toen die aanwezig waren op de CES 2019, een wereldwijde beurs over consumentenelektronica. Of de reis een succes was, laat hij graag over aan de ondernemers om te bepalen. Maar dat enige vorm van samenwerken daarbij noodzakelijk was, staat voor hem vast. “Hoe pak je zo’n beurs goed aan? Wat wil je er bereiken? Wie zijn daar en hoe krijg je die te spreken? Vragen die voor startups soms bijna niet te beantwoorden zijn.”

Want ernaartoe gaan is één ding, er ook de juiste dingen bereiken is een tweede, zo is Constantijn van mening. “Je wilt natuurlijk dat je product onder de aandacht komt bij de juiste mensen. Bij sommige events kun je meedingen naar awards en soms zijn er maar kleine slimmigheidjes nodig om je kansen daarop flink te vergroten. Media-aandacht? Soms is dat gewoon te koop. En om de juiste mensen te spreken kan een goed netwerk je enorm helpen. Wij als StartupDelta hebben ontzettend veel moeite om dat in kaart te brengen, dus ik begrijp de problematiek die startups zien op dit gebied.”

Het bieden van ondersteuning in het buitenland is één van de zaken die StartupDelta probeert te regelen, maar ook binnen de landsgrenzen zien ze verbeterpunten. “Onze krachten bundelen is hierin echt de sleutel. Ondanks dat ons land prima is te overzien, weten ondernemers of instanties uit Eindhoven, Amsterdam en Groningen elkaar soms amper te vinden, of ze zien elkaar als concurrenten. Ik ben ervan overtuigd dat als we elkaar een handje helpen en de kansen benutten die het buitenland te bieden heeft, er voldoende te winnen is voor iedereen.”

‘Met alleen een paar fiscale regelingen gaan we het niet redden’

De startup-scene in Nederland moet dus veel meer samenwerken en de overheid zou daarin een belangrijke rol kunnen spelen. Constantijn vindt dat hierover serieus wordt nagedacht in Den Haag, maar hij vraagt zich af of dat voldoende is. “Neem de oude Tante Agaath-regeling als voorbeeld. Je had die toch aan kunnen passen in plaats van die direct af te schaffen? Ik denk ook dat het goed is als de overheid kijkt naar optie-regelingen, waarmee startups hun medewerkers kunnen belonen. Nu worden die belast alsof het inkomen is, terwijl je die mensen juist zou moeten belonen voor hun lef.”

De overheid herziet momenteel haar startupbeleid en komt dit voorjaar nog met een nieuw actieplan. Constantijn hoopt dat deze verbeterpunten worden opgepikt, maar twijfelt tegelijkertijd of dit soort fiscale wijzigingen nog voldoende impact hebben. “Het zijn stappen in de juiste richting en ik zie daarnaast ook wel verbeterpunten in Den Haag, maar ik ben van mening dat het buitenland veel sneller gaat. Dit gaat niet voorkomen dat we worden ingehaald door de landen om ons heen.”

‘We kunnen nu al een á twee unicorns per jaar produceren’

Kleine stapjes in de juiste richting zijn dus niet genoeg, maar het is ook nog niet te laat, denkt Constantijn. Als we nu de boel op orde brengen kan Nederland volgens hem jaarlijks één of twee unicorns opleveren. Ook is hij van mening dat we in Nederland over voldoende kapitaal beschikken, al is dat nu wel te versplinterd. “We hebben grotere fondsen nodig, al ben ik er geen voorstander van dat de overheid bestaande fondsen moet bundelen. Dat laat ik liever aan de markt over”, zo zegt hij. De overheid kan volgens hem wel via investeringen de bestaande fondsen van meer kapitaal voorzien.

Ook kunnen standaard term sheets een belangrijke bijdrage leveren aan het wegnemen van frictie tussen angels, en andere vroege-fase-investeerders. “Ik heb veel respect voor angels die in een zeer vroeg stadium durven te investeren, maar zie daar ook wel de nadelen van. Als het misgaat zitten ze met lege handen en als het wel lukt hebben ze niet het kapitaal voor de volgende stap. Dat kan tegenstrijdige belangen opleveren. Als de persoon die de eerste stap heeft gefinancierd hele andere doelen nastreeft dan de club die een of twee jaar later moet financieren, dan is de startup meer bezig met financiering en papierwerk dan met ondernemen.”

Kleine en grote financiers moeten met elkaar gaan samenwerken

Constantijn zou graag zien dat de financiële keten daarom meer gestroomlijnd wordt. “Als financiers hun krachten bundelen in fondsen die zowel het allereerste kapitaal, als de ronde voor de IPO kunnen brengen, heb je niet meer te maken met de tegenstrijdige belangen of de politiek van het financieren. In het buitenland gebeurt dit al, en daar zie je dat starters opeens veel meer geld tot hun beschikking krijgen.”

Constantijn denkt dat de overheid ook daar een belangrijke rol in kan spelen. Om te beginnen zelf, via fondsen als InvestNL. Daarnaast kunnen ze andere financiers motiveren om meer samen te werken. “Als angels samen investeren via een fonds hebben ze meer slagkracht en kunnen ze na de early stage-financiering ook de stap financieren waarop nu venture capital wordt aangetrokken.”

Daarnaast kan er meer groot kapitaal worden aangeboord voor start- en scaleups. “Als het aan mij ligt, kunnen we daar ook pensioenfondsen bij betrekken. Wanneer financiers van klein tot groot gaan samenwerken is er ruim voldoende geld om actief alle fases van de groei van ambitieuze bedrijven te ondersteunen. En dan komen die unicorns vanzelf wel.”

Reacties