menu
AFM over crowdfunding

‘Crowdfunding-investeerder is vermogende belegger’

Eind juli kwam de AFM met de uitslag van haar laatste onderzoek naar crowdfunding. Zelf bracht het vooral de verbeterpunten naar buiten. Minder aandacht was er voor de conclusie dat crowdfunding-investeerders vergelijkbaar blijken te zijn met het profiel van de gemiddelde zelfstandige belegger. Ze investeren relatief veel geld, maar spreiden wel het risico. Slechts 7% combineert geen of een lage spreiding. Dat is mogelijk ook nog eens goed verklaarbaar!

De AFM ziet toe op de hele financiële branche en met zoveel beweging binnen crowdfunding heeft deze vorm van financiering extra de aandacht. Het onderzoek was gericht op de risico’s van investeren in crowdfunding. Daarnaast zijn de ervaringen van investeerders en ontwikkelingen in de sector verder in kaart gebracht. Het betreft een zogenaamde éénmeting, met resultaten van oktober 2016. In maart dat jaar was al een nulmeting verricht, waardoor de eerste tekenen van trends zichtbaar worden.

Zelf kopte de AFM het nieuws met dat het risico’s ziet voor crowdfunding-investeerders. Door de schaarste van het aantal projecten en onvoldoende transparantie lopen investeerders risico’s. De AFM heeft hierdoor haar voorschriften op punten aangescherpt. Platformen reageren hier uitsluitend positief op. Negatieve ervaringen worden niet genoemd en ondanks dat de AFM waarschuwt en haar voorschriften aanscherpt, juicht de branche deze extra voorlichting juist toe.

Oneplanetcrowd belde bijvoorbeeld alle investeerders van de eerste twee defaults na, om ze het nieuws mee te delen en de reactie te peilen. “Natuurlijk waren mensen teleurgesteld, maar niemand was verontwaardigd. De investeerders waren ervan bewust dat ze risico’s liepen”, vertelt Maarten de Jong, commercieel directeur bij Oneplanetcrowd, aan Investeerders.nl. Wel heeft het platform in het verleden ervaren dat goede voorlichting bij de materie cruciaal is. “Zeker als het wat complexer wordt. Niet iedereen begrijpt wat een converteerbare lening is bijvoorbeeld.”

Ook Pim van de Velde, directeur van Kapitaal op Maat, geeft aan dat voorlichting de branche zeker nog verder kan helpen. “Dat geldt zowel voor de investeerders als voor ondernemers. Zo zien we dat aanvragen waarbij een adviseur is betrokken een hogere acceptatiegrens en succesratio hebben dan ondernemers die alles alleen doen. Bij investeerders geldt hetzelfde. De nummer één motivatie voor investeerders waarom ze in het laatste project investeerde was omdat “het crowdfundingplatform goede informatie gaf over het project”; die reden scoorde hoger dan het beoogde rendement of de risicoklasse die wij het als platform meegaven.”

Crowdfundingrisico helaas nog zonder context

Dat er aan crowdfunding risico’s hangen en voorlichting belangrijk is, kan blijkbaar niet genoeg worden onderstreept. Aan de andere kant is het wenselijk om het in de juiste context te zien. Aan Investeerders.nl legt de AFM uit dat ze alleen hebben gekeken naar het fenomeen crowdfunding, maar de risico’s niet hebben afgewogen tegen alternatieven. Zo concludeert de AFM dat investeren in crowdfunding niet zonder risico’s is, maar of dit risico groter of kleiner is dan investeren in vreemde valuta, beleggingen op de beurs, of edelmetalen als goud en zilver, dat weet de AFM helaas niet.

De AFM vindt investeren in crowdfunding risicovol als er meer dan 10 procent van het besteedbaar vermogen wordt geïnvesteerd. 60 procent investeert meer dan deze grens, en 33 procent zelfs meer dan 20 procent van het vermogen. Al nuanceert de AFM de risico’s voor deze groep al direct in haar eigen onderzoek. “In veruit de meeste gevallen wordt een investering van meer dan 10 procent van het belegbare vermogen gecombineerd met een goede spreiding over projecten in de portefeuille”, aldus de toezichthouder.

7% loopt verhoogd risico, maar dit is deels verklaarbaar

Zo’n 7 procent van de éénmeting-steekproef combineert geen of een lage spreiding met een investering van meer dan de 10 procent van het besteedbaar vermogen. Deze groep loopt een groter risico. Of deze mensen zich hier bewust van zijn, is niet bekend. Wel onderzocht de toezichthouder dat 5 procent helemaal geen spreiding heeft. Deze investeren in één project. Daarnaast concludeert de AFM dat 5 procent van de investeerders niet (alleen) investeert om het rendement maar vooral om er kennis mee te op te doen. Deze investeerders willen weten wat het fenomeen crowdfunding is. Gechargeerd gezegd willen ze erover mee kunnen praten, en zijn de risico’s en het rendement voor deze mensen dus ondergeschikt aan het opdoen van de ervaring.

Daarnaast is er een groep van ongeveer 3 procent die bekend is met de geldvrager, en dus om persoonlijke redenen investeert. Beide groepen samen zijn procentueel groter dan de risicogroep van 7 procent die volgens de AFM gevaar loopt. Of deze ook meer dan 10 procent van hun vermogen investeren is niet bekend, maar de kans bestaat dat de overlap hierin zeer groot is.

Schaarste op de platformen

Ondanks dat de risicolopers hier mogelijk zeer goed bekend mee zijn, wil de AFM hier wel tegen optreden. Zo worden de risico’s volgens de AFM vergroot door schaarste. De gemiddelde tijd waarin investeerders in de onderzoeksperiode in een project konden instappen, daalde naar enkele uren. De AFM is van mening dat dit een slechte eigenschap is voor de branche. Al is dit een persoonlijke mening, investeerders is niet gevraagd of zij dit zelf ook als negatief ervaren.

Schaarste is een gegeven dat bij bijvoorbeeld Collin Crowdfund sterk aanwezig is. Natuurlijk speelt het hoge vertrouwen van investeerders en de kredietselectie hierin een rol. Maar nieuwsbrieven en mobiele pushberichten versterken vervolgens dit effect, wat ervoor zorgt dat projecten daar meestal binnen het uur worden gefinancierd. Desondanks verwacht dit platform hier al een goede oplossing voor te hebben. “De AFM wil terecht dat investeerders die er een slapeloze nacht van hebben er vanaf kunnen zien. Wij bieden om die reden zelfs de mogelijkheid om 14 dagen lang de investering te annuleren, waardoor we daar ruimschoots aan voldoen”, zo licht Jeroen ter Huurne, algemeen directeur van Collin Crowdfund, toe aan Investeerders.nl.

Welke informatie investeerders gelezen moeten hebben voordat ze een goede afweging kunnen maken, kan de AFM helaas niet geven. Ook heeft de AFM niet onderzocht welk rendement investeerders hopen te behalen. De invloed van bijvoorbeeld een procent hogere rente op banksparen zou een interessant inzicht kunnen geven in de prijs/risico-elasticiteit die de investeerders nastreven.

‘De gemiddelde investeerder is vermogend belegger’

Ondanks de juiste context lijkt het erop dat de investeerders dus niet lukraak in projecten investeren. Zo’n 80 tot 90 procent van de onderzochte investeerders geeft aan óók te investeren in beleggingen. De AFM concludeert in haar onderzoek dat crowdfunding-investeerders in de steekproeven vergelijkbaar zijn met het profiel van de gemiddelde zelfstandige belegger. Ze zijn vaak ouder, hoger opgeleid en man. Ze hebben doorgaans een hoog inkomen en een groot vermogen.

Je kunt je afvragen in hoeverre je deze groep kunt opvoeden met het informeren over de risico’s en wanneer je het punt bereikt dat het betuttelend wordt. In eerste instantie vindt 41 procent de informatie over de risico’s – die de platformen verplicht zijn te delen – betuttelend. Een nog groter percentage van 55 procent is van mening dat de herhaling van de risico-informatie onnodig is.

Desondanks lijkt de informatie wel steeds beter te worden opgevolgd. Tijdens de nulmeting investeerde nog 53 procent op slechts één platform. Zes maanden later is dit percentage teruggelopen naar 45 procent en investeert de meerderheid dus op twee of meer platformen. Bij de nulmeting was bijna 40 procent van mening dat de risico’s die ze liepen klein of zeer klein waren. Bij de éénmeting is dit afgenomen tot ongeveer een op de 4. De helft van de investeerders houdt inmiddels rekening met een gemiddeld defaultpercentage van 5 procent.

Verder lezen

Reacties