menu

Beleggen in obligaties

Beleggen in obligaties wordt vaak ingezet bij geld dat langer kan worden gemist en waarbij men liever niet te veel risico loopt. Maar wat zijn obligaties eigenlijk? Wat zijn de verschillen, risico’s en waarom zou je kiezen voor een belegging in obligaties als je ook kunt kiezen voor aandelen, crowdfunding of andere investeringen?

Beleggen in obligatiesAls je geld over hebt kun je dit wegzetten op spaarrekening. Dat is veilig, maar het rendement is dan zeer beperkt. Zeker als je wat meer vermogend bent kan inflatie of de vermogensbelasting er al snel voor zorgen dat het hele rendement wegvalt. Gelukkig zijn er alternatieven. Beleggen in aandelen is vrij bekend, maar beleggen in obligaties is daarnaast ook een prima alternatief. Hiermee beleg je relatief veilig en is het rendement over het algemeen een stuk hoger dan op een spaarrekening.

Wat is een obligatie?

Wanneer je belegt in obligaties leen je geld aan een overheid, bank of een bedrijf. In tegenstelling tot bij beleggen in aandelen koop je bij obligaties geen stukje van de onderneming. Het betekent simpelweg dat jij jouw geld beschikbaar stelt. In ruil hiervoor ontvang je periodiek een vooraf afgesproken rentepercentage.

Soorten obligaties

Wanneer het gaat over obligaties worden over het algemeen staats- en bedrijfsobligaties bedoeld. Het grootste verschil tussen die twee is de mate van zekerheid. Staatsobligaties kennen de hoogste betrouwbaarheid, aangezien een overheid garant staat voor de rentebetaling en de terugbetaling. Bij bedrijfsobligaties zijn deze betalingen afhankelijk van de stand van zaken van het desbetreffende bedrijf op de einddatum van de obligatie. Gaat het goed met de onderneming, dan is het met de betalingen ook wel in orde. Maar bij tegenvallende resultaten kan het zijn dat je je inleg (gedeeltelijk) kwijt bent.

Dan heb je nog de bankobligaties. De risico’s zijn over het algemeen vrij laag. Maar net als dat bedrijven failliet kunnen gaan, kan een bank dit ook. Om een bank te redden die op een faillissement afstevent, kan de overheid besluiten om de rentebetaling en aflossing op obligatieleningen op te schorten, of zelfs te schrappen. Voor de bank en de overheid is dit gunstig, omdat er geen of veel minder overheidsgeld nodig is om te voorkomen dat de bank daadwerkelijk failliet gaat. Als obligatiehouder is een bail-in, zoals het officieel heet, minder goed nieuws aangezien dit ten koste gaat van jouw rendement.

Alternatieve obligatieleningen

Naast deze reguliere obligaties kun je op de beurs ook minder bekende varianten kopen. Zoals de converteerbare obligaties, waarbij de obligatie onder bepaalde voorwaarde kan worden omgezet naar aandelen van dit bedrijf. Wat deze voorwaarden precies zijn, wordt bepaald door de onderneming die de obligaties en aandelen uitgeeft.

Verder zijn er perpetuele obligaties te koop, wat vrij vertaald een eeuwigdurende obligatie is. In de praktijk betekent dit dat de einddatum niet is vastgesteld. Een ander kenmerk is dat de hoofdsom, oftewel het nominale bedrag, niet hoeft te worden afgelost. Wel zijn er vaste rentebetalingen. Daarnaast heb je nog achtergestelde obligaties, obligaties met een variabele couponrente en obligaties zonder couponrente. De risico’s van deze varianten zijn moeilijker in te schatten, waardoor ze minder geschikt zijn om mee te beginnen.

Om een globaal beeld te krijgen van de risico’s die je loopt, kun je de rating van de obligatielening raadplegen. Dit is een indicatie van de kredietwaardigheid van degene die de lening uitgeeft. Maar het kan natuurlijk ook geen kwaad om zelf onderzoek te doen naar degene aan wie je het geld uitleent. Welke garanties worden er bijvoorbeeld verstrekt? Hoe lang bestaat de uitgever en is het de eerste obligatie-uitgifte of zijn er al meerdere trajecten succesvol afgerond?

De koers van een obligatie

Het rendement van een obligatie komt tot stand door de vooraf afgesproken rente, maar meestal heeft de obligatie zelf ook een koers. De nominale waarde (het bedrag op het waardepapier dat je krijgt bij de aanschaf van de obligatie) wijkt vrijwel altijd af van de marktwaarde. Omdat obligaties op de beurs worden verhandeld, kan de koers zowel boven als onder de nominale waarde komen te liggen.

Houd je de obligatie vast tot het einde van de looptijd, dan is deze koers niet zo belangrijk. Je krijgt zoals afgesproken de nominale waarde weer terug op de vervaldatum. Heb je de obligatie echter aangeschaft met het idee om ermee te gaan handelen, dan zal je hier rekening mee moeten houden.

Marktrente, kredietwaardigheid en looptijd

Als je gaat beleggen in obligaties zijn de marktrente, de kredietwaardigheid van degene die de obligatielening uitschreef en de looptijd belangrijke zaken om in de gaten te houden. De marktrente heeft vaak de meeste impact. Tussen de marktrente en de hoogte van de koers bestaat een negatief verband. Wanneer de marktrente daalt, heeft het verhoudingsgewijs minder nut om te sparen. Hierdoor wordt het aantrekkelijker om te beleggen in obligaties en zal de koers stijgen. In obligatietermen: in verhouding tot het rendement op de spaarrekening is het rendement op de obligatie hoger en dus gunstiger voor de belegger.

Voor de kredietwaardigheid geldt precies het tegenovergestelde. Wanneer de kredietwaardigheid toeneemt, stijgt de waarde van de obligatie eveneens. Dit komt omdat het risico voor de belegger is afgenomen. Ook het vertrouwen dat het publiek heeft in de uitgevende instantie is van belang. In de tijd van de Eurocrisis twijfelden beleggers of Griekenland, Spanje en Italië aan hun verplichtingen konden voldoen. Het gevolg was dat de koersen van staatsobligaties in deze landen drastisch daalden. Tot slot is de looptijd van belang. Kortlopende obligaties stijgen of dalen minder snel in waarde dan langlopende obligaties.

De risico’s van het beleggen in obligaties

Hoewel obligaties veel minder risico’s met zich meebrengen dan het beleggen in bijvoorbeeld sommige aandelen, grondstoffen of valuta’s ben je zeker niet vrij van risico’s. Aangezien het rentepercentage op de obligaties vooraf wordt afgesproken is dit rendement vrij zeker. Maar als het misgaat met het bedrijf kan deze hier soms onderuit. En als het écht misgaat, en het bedrijf dus failliet gaat, kan het zelfs zijn dat ook de inleg (deels) verloren gaat.

De belangrijkste regel is dan ook om je inzet te spreiden. Kijk hierbij niet alleen naar de uitgevende partijen, maar ook naar de looptijd van de obligatielening. Waar je bij een belegging in aandelen zelf kunt bepalen wanneer je het aandeel verkoopt, staat de looptijd van een obligatielening soms vast. Door je inzet te spreiden over verschillende looptijden kun je tegenvallende resultaten beter opvangen. Ook zorg je er op deze manier voor dat er periodiek geld vrij komt, wat je eventueel weer kunt herbeleggen.

Spreiden en beleggen in obligaties in verschillende sectoren

Beleg je in bedrijven? Dan is het aan te raden om ondernemingen uit verschillende sectoren te kiezen. Als je twintig obligaties hebt in verschillende sectoren, en het liefst met verschillende looptijden, kun je de risico’s veel beter spreiden dan wanneer je er slechts enkele hebt. Daarbij zal het verwachte rendement niet veel verschillen. Dit komt omdat bepaalde ontwikkelingen voor de ene belegging gunstig zijn en voor de andere juist nadelig.

Stel dat de olieprijs stijgt, dan is dit goed nieuws voor een oliemaatschappij en slecht nieuws voor een transportbedrijf. Hetzelfde geldt voor de verhouding tussen obligaties en aandelen. Wanneer de één goed presteert, doet de ander het vaak minder. Door zowel te beleggen in obligaties als aandelen, kun je de risico’s beter spreiden. Bovendien kun je het verlies van de één compenseren met de winst van de ander.